Tegenwoordig zie je het overal om je heen. Het altijd maar sterk moeten zijn. Altijd maar doorgaan. Niet ziek melden bij griep. Doorlopen met lichamelijke klachten. Emoties wegdrukken.
Maar voor wat eigenlijk? Wat brengt het je? En misschien nog wel belangrijker… waar komt het vandaan?
Als je eerlijk kijkt, begint dit vaak al vroeg. Opmerkingen die we als kind horen: “Niet piepen.” “Stop maar met huilen.” “Huilen doen we niet.” “Hup, en weer door.” “Daar word je hard van.” “Even doorbijten.” Zinnen die misschien goed bedoeld zijn, maar die ons wel iets leren. Dat voelen lastig is. Dat je door moet. Dat sterk zijn betekent dat je doorgaat, wat er ook gebeurt.
En vaak nemen we dat onbewust mee. Niet alleen voor onszelf, maar we geven het soms ook weer door.
Voor mij kwam er een kantelpunt toen één van mijn kinderen die woorden tegen mij zei, op een moment dat ik me had bezeerd: “Daar word je hard van mama.” Dat raakte me. Het maakte me bewust. Alsof ik ineens terug hoorde wat ik zelf ooit had geleerd… en misschien ook had doorgegeven.
Ik wilde dat niet meer. Niet naar mijn kinderen. Niet naar anderen. Maar het écht niet meer doen… ook naar mezelf toe… dat bleek iets heel anders.
Ik zag hoe mijn moeder altijd sterk probeerde te blijven. Hoe ze doorging. Hard was voor zichzelf. En daarachter zag ik weer haar moeder. Alsof het iets is wat doorgegeven wordt. Van generatie op generatie. Tot iemand besluit: het mag anders.
Voor mij kwam dat moment toen een wijze dame tegen mij zei: “Lieve Debbie, je hebt nu echt wel bewezen dat je sterk kunt zijn en heel veel kunt dragen… maar kun en mag je ook kwetsbaar zijn? Dáár ligt je echte kracht.” Die woorden raakten me diep. Ze verwarden me. Ze openden iets. Kwetsbaar zijn… kan ik dat? Mijn eerste reactie was nee. Doodeng. Mijn maag draaide om bij het idee alleen al.
Vroeger, toen ik nog afgesloten was van mijn gevoel, kon ik juist makkelijk alles delen. Open en eerlijk. Dat ging vanzelf. Maar nu ik weer in verbinding stond met mijn gevoel… werd het iets totaal anders. Nu voelde ik hoe kwetsbaar het was. Hoe naakt. Hoe intens. En ineens was delen niet meer alleen woorden uitspreken… maar echt laten zien wat er in mij leefde. En dat voelde spannend. Heel spannend.
Toch besloot ik het aan te gaan. Stap voor stap. Ik begon met kleine dingen. Delen wat er écht in mij speelde met mensen die dichtbij me stonden. Niet alleen vertellen… maar het ook voelen terwijl ik het uitsprak. Voor het eerst echt luisteren naar mijn lichaam. Naar wat het me wilde vertellen. Rust nemen als mijn lijf daarom vroeg. Niet doorgaan… maar stoppen. Lief zijn voor mezelf. Zelfs als er tegelijkertijd gedachten kwamen als: “Wat zullen anderen hiervan vinden?” Het was ingewikkeld.
Want wat gebeurt er eigenlijk als je niet meer blijft rennen? Als je niet meer door blijft gaan? Als je eindelijk eens stil gaat staan… en rust neemt?
Dan komt het. Gevoel. Gedachten. Overtuigingen. Alles wat daarvoor geen ruimte kreeg. En eerlijk? Dat voelde ongemakkelijk. Soms zelfs overweldigend. Maar ik begon ook iets anders te zien. Dat dit precies was wat gevoeld wilde worden.
Nu, een paar jaar later, merk ik dat het steeds iets makkelijker wordt. Dat ik beter kan blijven bij wat ik voel. Dat het me minder overspoelt. Dat de onrust afneemt. En dat er steeds meer momenten komen… waarin ik me echt ontspannen voel. Niet omdat ik alles onder controle heb. Maar omdat ik mezelf niet meer verlaat.
En misschien is dat wel de grootste verandering. Dat sterk zijn voor mij niet meer betekent dat ik altijd maar doorga. Niet dat ik alles aankan. Niet dat ik niets laat zien. Maar dat ik durf te voelen. Dat ik durf te stoppen. Dat ik durf te luisteren naar wat mijn lichaam nodig heeft. Dat ik zacht kan zijn… zonder mezelf te verliezen.
Misschien is echte kracht niet hoe hard je kunt zijn… maar hoe eerlijk je kunt zijn naar jezelf. Hoe goed je kunt luisteren. Hoeveel je jezelf durft te voelen. En hoeveel je jezelf daarin kunt dragen.
Reactie plaatsen
Reacties