Vanaf dat ik een heel klein meisje was, voelde ik het al: een enorme verlegenheid. Een terughoudendheid om mezelf echt te laten zien.
Sociale situaties konden overweldigend voelen. In het middelpunt staan? Liever niet. Gedachten als “Straks zeg ik iets verkeerd”, “Straks doe ik iets doms” en “Wat vindt iedereen van mij?” waren vaak aanwezig. Het liefst wilde ik soms gewoon even verdwijnen. Onzichtbaar zijn.
Zelfs iets simpels als handen geven op een verjaardag kon te direct voelen. Alsof alles in mijn lichaam zei: dit is te veel. En dat is lang zo gebleven.
Presenteren op school, foto’s posten, wachten op het schoolplein, dansavonden, nieuwe banen, kleding ruilen in een winkel, mensen bellen… Vooral dat laatste vond ik lastig. Omdat ik de ander niet kon zien of aanvoelen. Ik wist niet hoe iets zou landen.
En eerlijk? Sommige dingen vind ik nog steeds spannend.
Wat ik in die jaren wél heel goed leerde, was mezelf aanpassen. Een soort versie van mezelf neerzetten die ‘oké’ leek. Die het wel aankon. Zodat niemand zag wat er van binnen gebeurde.
Ik dacht altijd: als ik mezelf er gewoon doorheen duw, dan wordt het vanzelf makkelijker. Maar zo werkte het niet. De angst verdween niet. Ik werd er alleen beter in om hem te verbergen.
Pas later begon ik te begrijpen dat het niet ging om sterker worden door eroverheen te gaan, maar om iets anders: mezelf meenemen in wat ik deed.
In plaats van mezelf te forceren, leerde ik om te luisteren. Wat voel ik nu, echt? Waar reageert mijn lichaam op? Wat heb ik nodig om me veilig genoeg te voelen?
Langzaam begon ik het verschil te herkennen tussen spanning en overweldiging. Gezonde spanning voelt als lichte zenuwen. Je voelt dat het spannend is, maar er is nog ruimte. Dat is vaak waar groei zit.
Maar overweldiging voelt anders. Een druk op je borst. Een keel die dichtgaat. Onrust in je buik of spanning in je lichaam. Dat zijn geen signalen om door te duwen, maar om te vertragen.
Niet alles wat spannend is, moet je vermijden. Maar ook niet alles hoef je te forceren. Echte groei zit voor mij in het vinden van die middenweg.
In kleine stappen. In afstemmen. In eerlijk zijn over wat op dat moment haalbaar is. Soms betekent dat dat ik iets toch doe, ondanks de spanning. Soms betekent het dat ik het kleiner maak. En soms betekent het dat ik het (nog) niet doe. En dat is oké.
Wat ik vooral heb geleerd, is dat ik mezelf niet hoef te veranderen om mee te mogen doen. Dat mijn gevoeligheid geen zwakte is, maar iets waar ik rekening mee mag houden. Niet door mezelf klein te houden, maar door mezelf serieus te nemen.
Ik hoef niet over mijn angst heen te stappen. Ik mag er stap voor stap doorheen bewegen op een manier die klopt voor mij.
En misschien is dat wel de grootste verandering: dat ik niet meer probeer iemand te zijn die nergens last van heeft, maar leer om mezelf te zijn, ook als ik het spannend vind.
Reactie plaatsen
Reacties