De strijd met mijn gewicht
Over leren kijken naar mijn lichaam, mezelf accepteren en de ruimte innemen die ik verdien.
Soms vraag ik me af hoe het kan dat je zoveel jaren kunt worstelen met iets wat eigenlijk zo vanzelfsprekend zou mogen zijn: je eigen lichaam accepteren. Mijn hele leven heb ik een wisselende relatie gehad met mijn gewicht. Eerst was ik te dun. Later werd ik voller. En hoewel mijn lichaam door de jaren heen veranderde, bleef één gevoel steeds terugkomen: het was nooit helemaal goed genoeg.
Als kind was ik erg slank. Tijdens verjaardagen was mijn gewicht regelmatig het eerste onderwerp waar familieleden over begonnen. 'Oh jeetje, is ze nou nóg dunner geworden? Eet ze wel goed?' Het leek misschien onschuldig bedoeld, maar als kind krijg je zulke opmerkingen toch mee. Je gaat luisteren naar hoe anderen naar je kijken en langzaam ook met die ogen naar jezelf kijken.
In groep 3 kreeg ik een docent die mij tijdens de gymlessen regelmatig aansprak. 'Debbie, eet je wel genoeg?' 'Ja hoor', antwoordde ik. 'Eet je wel vlees dan?' Weer antwoordde ik dat ik dat deed. 'Nou, daar geloof ik niks van. Je bent broodmager.' Dit soort confrontaties gingen wekenlang door. Totdat ik op een dag huilend thuiskwam en vertelde wat er gebeurde. Mijn ouders gingen naar school en spraken de juf erop aan. Ze bood haar excuses aan en stopte ermee.
Maar de opmerkingen van de meiden uit mijn klas hielden nog niet meteen op. Niet eens altijd met de bedoeling om mij bewust te pesten. Ze vonden het grappig. Bij korfbal riepen ze bijvoorbeeld: 'Doe de skeletten-doorloopbal eens, Debbie.' Ik baalde ervan dat ik zo dun was. Ik wilde helemaal niet opvallen door mijn lichaam. Ik wilde gewoon zijn zoals de rest.
Toen ik in de eerste klas van de middelbare school zat, was ik de opmerkingen zo zat dat ik besloot er zelf iets aan te doen. In de zomervakantie ging ik ontzettend veel eten. Ik wilde aankomen. Ik dacht dat als mijn lichaam zou veranderen, de opmerkingen misschien ook zouden stoppen. Maar na de vakantie kreeg ik opnieuw opmerkingen. Dit keer was de vraag of ik soms zwanger was, omdat mijn buik dikker was geworden. Achteraf vind ik het bijzonder hoe snel de opmerkingen veranderden, terwijl ik eigenlijk hetzelfde bleef doen: proberen mijn lichaam aan te passen aan wat anderen ervan vonden. Alsof er altijd wel iets was om iets over te zeggen.
In de jaren daarna bleef mijn gewicht schommelen. Soms tien kilo eraf, soms tien kilo erbij. Een zwangerschap veranderde mijn lichaam natuurlijk ook. Ik had het gevoel dat mijn lichaam zich anders ontwikkelde dan dat van andere meiden om mij heen. Waar hun lichamen in mijn beleving nog redelijk hetzelfde bleven, veranderde dat van mij steeds verder. De strijd met mijn gewicht bleef.
Inmiddels ben ik een volwassen vrouw met een voller lichaam. Dat is weer de andere kant van de medaille. Waar ik vroeger baalde dat ik te dun was, vind ik het nu soms moeilijk dat ik voller ben. En daar zit voor mij precies de pijn. Ik heb zoveel verschillende versies van mijn lichaam gehad, maar het gevoel dat het niet goed genoeg was, is steeds meegegaan.
Ik zou willen zeggen dat ik inmiddels helemaal vrede heb met mijn lichaam. Maar dat zou niet eerlijk zijn. Ik vind foto's soms vreselijk. Niet omdat ik mezelf niet wil laten zien, maar omdat ik meteen zie hoeveel gewicht erop te zien is. Ik kan dan blijven kijken naar mijn gezicht, mijn buik of mijn lichaam en vooral zien wat ik anders zou willen. Terwijl anderen misschien gewoon een foto zien van mij. Een vrouw die lacht, aanwezig is en zichzelf laat zien. Het blijft bijzonder hoe kritisch je naar jezelf kunt kijken, terwijl je diezelfde blik helemaal niet op anderen zou richten.
En dat herken ik ook in mijn praktijk. Klanten verontschuldigen zich soms voor hun gewicht, hun uiterlijk of bepaalde lichamelijke bijzonderheden. Ze maken vooraf opmerkingen over zichzelf, alsof ze zich moeten verantwoorden voor hoe ze eruitzien. En weet je? Vaak zie ik het niet eens. Het valt me niet op, of het is voor mij helemaal niet belangrijk. Ik ben bezig met de persoon die voor me ligt. Met mijn werk, de aanraking en het creëren van een ervaring waarin mijn volledige aandacht aanwezig is in het moment. Ik kijk niet naar hoeveel iemand weegt of hoe een lichaam eruitziet. Ik ben er om iemand met aandacht en respect te ontmoeten.
Misschien is het juist daarom zo verdrietig wanneer iemand zich vooraf al kleiner maakt of excuses aanbiedt voor zijn of haar lichaam. Alsof je eerst moet uitleggen waarom je eruitziet zoals je eruitziet, voordat je er gewoon mag zijn. Als jij dit herkent, wil ik je laten weten dat je daarin niet alleen bent.
Er is nog iets waar ik weleens bij stilsta: wat geven we onze kinderen eigenlijk mee in de manier waarop we over ons eigen lichaam praten? Ik vind het een vreselijke gedachte dat ik mijn eigen onzekerheden en kritische blik op mijn lichaam zou kunnen doorgeven. Dat mijn dochters misschien leren om net zo naar zichzelf te kijken als ik soms naar mezelf kijk. Dat ze gaan denken dat hun lichaam eerst aan bepaalde verwachtingen moet voldoen voordat ze tevreden mogen zijn. Dat is het laatste wat ik wil.
Maar hoe voorkom je dat? Hoe leer je je kinderen om zichzelf te accepteren als je daar zelf nog mee worstelt? Hoe geef je ze mee dat ze mooi en waardevol zijn, zonder dat uiterlijk en gewicht steeds een rol spelen? Ik denk dat het begint bij bewustwording. Bij letten op de woorden die we gebruiken, ook over onszelf. Bij niet iedere keer benoemen wat er anders of beter zou moeten. En misschien vooral door te laten zien dat je niet perfect hoeft te zijn om jezelf met liefde te behandelen. Ik hoef mijn dochters niet te laten zien dat ik nooit onzeker ben. Ik hoop ze juist te kunnen laten zien dat je onzekerheid mag voelen, maar dat je jezelf er niet door hoeft af te wijzen.
De verbinding met het eerste en tweede chakra
Vanuit mijn werk met energie kijk ik ook naar de verbinding met de eerste twee chakra's. In haar boek Handboek chakrapsychologie beschrijft Anodea Judith hoe de eerste chakra verbonden is met het element aarde, ons lichaam, overleven, veiligheid en gronding. Ze beschrijft daarin ook een relatie tussen de manier waarop iemand in zijn lichaam aanwezig is en de fysieke lichaamsbouw. Binnen haar model kan een zwaar lichaam passen bij een overmatige eerste-chakra-energie: een sterke gerichtheid op aarde, zwaarte en het zoeken naar bescherming en gronding. Een erg dun of licht lichaam kan juist samenhangen met een tekort aan die energie, waarbij iemand zich minder gegrond of veilig voelt.
Ik vind het een interessante manier om naar mijn eigen geschiedenis te kijken. Als kind was ik erg dun en wilde ik juist meer body hebben. Nu ik voller ben, verlang ik soms naar een lichter lichaam. Twee uitersten, maar misschien zit daar wel eenzelfde vraag onder: hoe veilig voel ik me in mijn eigen lichaam? Mag ik er helemaal zijn? Mag ik mijn plek innemen, zonder mijn lichaam steeds te willen veranderen?
Het tweede chakra brengt daar een andere laag in. Dit chakra staat onder andere voor emoties, voelen, verlangen, plezier en de verbinding met je lichaam. Het gaat ook over het mogen ervaren van jezelf en het toelaten van wat er in je leeft. Misschien ligt daar voor mij een belangrijke uitnodiging: niet alleen naar mijn lichaam kijken, maar er weer meer mee in verbinding komen. Voelen wat ik nodig heb, genieten van wat mijn lichaam kan en mezelf niet voortdurend beoordelen.
Ik wil daarbij niet zeggen dat gewicht rechtstreeks wordt veroorzaakt door een disbalans in een chakra. Voor mij is het vooral een uitnodiging om verder te kijken dan de buitenkant. Om mezelf vragen te stellen over veiligheid, gronding, gevoel en de manier waarop ik mijn lichaam ervaar.
Je hoeft niet eerst te veranderen om er te mogen zijn
Ik ben nog steeds aan het leren om mijn lichaam te accepteren. Dat betekent niet dat ik geen wensen meer heb of dat ik niet goed voor mezelf wil zorgen. Natuurlijk wil ik me fit voelen, lekker in mijn vel zitten en aandacht besteden aan mijn gezondheid. Maar ik wil niet langer dat mijn gewicht bepaalt hoe goed ik me over mezelf voel.
Ik wil niet wachten tot ik een bepaald getal op de weegschaal zie voordat ik mezelf mooi mag vinden. Ik wil niet wachten tot mijn lichaam verandert voordat ik mezelf zichtbaar durf te maken. En ik wil al helemaal niet dat mijn kledingmaat bepaalt hoeveel ruimte ik inneem.
Want misschien is dat wel de belangrijkste les die ik mezelf mag meegeven: je hoeft niet eerst een ander lichaam te krijgen om jezelf volledig te mogen zijn.
Je mag slank zijn en er zijn. Je mag voller zijn en er zijn. Je mag veranderen en er zijn. Je hoeft jezelf niet kleiner te maken en je hoeft jezelf ook niet te bewijzen. Je lichaam hoeft niet aan alle verwachtingen te voldoen om jouw thuis te mogen zijn.
En misschien begint zelfacceptatie wel precies daar: niet bij het moment waarop je eindelijk tevreden bent met wat je in de spiegel ziet, maar bij het moment waarop je besluit jezelf niet langer af te wijzen.
Ik hoop dat je iets van jezelf herkent in mijn verhaal. Misschien herken je de opmerkingen, de onzekerheid, het vergelijken of het gevoel dat je lichaam anders zou moeten zijn. Misschien kun je jezelf daardoor ook wat meer zachtheid geven. Want we zijn hierin niet alleen. En we hoeven niet te wachten tot we helemaal tevreden zijn met onszelf om onszelf liefde en ruimte te geven.
Ik mag mijn lichaam bewonen. Ik mag mijn ruimte innemen. Ik mag er zijn, precies zoals ik ben.
Back to Being.
Reactie plaatsen
Reacties