Trouw blijven aan jezelf klinkt mooi… maar in de praktijk is het vaak helemaal niet zo eenvoudig.
Soms betekent het dat je keuzes maakt die niet alleen opluchten, maar ook iets kosten. Dat je iets of iemand loslaat waar je om geeft. Dat je stopt met meegaan in iets wat ooit klopte, maar dat nu niet meer doet.
En dat doet pijn. Niet omdat het de verkeerde keuze is, maar omdat een deel van jou nog steeds wil vasthouden. Aan wat vertrouwd is. Aan wat veilig voelt. Aan hoe het was.
Dat deel wil het begrijpelijk maken, verzachten, nog even rekken. Maar tegelijkertijd is er iets anders in jou. Iets stillers, maar ook duidelijker.
Een weten dat niet schreeuwt, maar wel blijft terugkomen. Dat je jezelf stukje bij beetje verliest als je blijft waar je niet meer klopt. Dat je verder van jezelf af raakt elke keer dat je over je eigen grens heenstapt.
En dat is het spanningsveld waar je in komt te staan: tussen wat veilig voelt en wat waar voelt. Tussen vasthouden en eerlijk zijn.
Misschien is trouw zijn aan jezelf dan ook niet dat alles meteen duidelijk is. Niet dat je geen twijfel voelt. Niet dat het makkelijk gaat. Maar dat je bereid bent om te luisteren.
Naar dat stille gevoel van binnen dat vaak precies weet wat je eigenlijk al lang voelt. Ook als het ongemakkelijk is. Ook als het iets van je vraagt. Ook als je nog niet weet hoe het verder moet.
Trouw zijn aan jezelf zit soms niet in grote, zichtbare keuzes, maar in kleine momenten waarin je besluit om jezelf niet langer te negeren. Waarin je voelt: dit klopt niet meer voor mij.
En dat serieus neemt.
Stap voor stap. Niet perfect. Maar wel eerlijk.
Reactie plaatsen
Reacties